Artikel 2 – Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1. „cyberbeveiliging”: de activiteiten die nodig zijn om netwerk- en informatiesystemen, de gebruikers van dergelijke systemen, en andere personen die getroffen worden door cyberdreigingen, te beschermen;

2. „netwerk- en informatiesysteem”: een netwerk- en informatiesysteem als gedefinieerd in artikel 4, punt 1, van Richtlijn (EU) 2016/1148;

3. „nationale strategie voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen”: een nationale strategie voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen als gedefinieerd in artikel 4, punt 3, van Richtlijn (EU) 2016/1148;

4. „aanbieder van essentiële diensten”: een aanbieder van essentiële diensten als gedefinieerd in artikel 4, punt 4, van Richtlijn (EU) 2016/1148;

5. „digitaledienstverlener”: een digitaledienstverlener als gedefinieerd in artikel 4, punt 6, van Richtlijn (EU) 2016/1148;

6. „incident”: een incident als gedefinieerd in artikel 4, punt 7, van Richtlijn (EU) 2016/1148;

7. „incidentenbehandeling”: incidentenbehandeling als gedefinieerd in artikel 4, punt 8, van Richtlijn (EU) 2016/1148;

8. „cyberdreiging”: elke potentiële omstandigheid, gebeurtenis of actie die netwerk- en informatiesystemen, de gebruikers van dergelijke systemen en andere personen kan schaden, verstoren of op andere wijze negatief kan beïnvloeden;

9. „Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling”: een uitvoerige reeks voorschriften, technische vereisten, normen en procedures die op Unieniveau zijn vastgesteld en die van toepassing zijn op de certificering of conformiteitsbeoordeling van specifieke ICT-producten, -diensten en -processen;

10. „nationale cyberbeveiligingscertificeringsregeling”: een uitvoerige reeks voorschriften, technische vereisten, normen en procedures die door een nationale overheidsinstantie zijn ontwikkeld en vastgesteld en die van toepassing zijn op de certificering of conformiteitsbeoordeling van ICT-producten, -diensten en -processen die onder het toepassingsgebied van de specifieke regeling vallen;

11. „Europees cyberbeveiligingscertificaat”: een door een bevoegde instantie afgegeven document waarin wordt bevestigd dat is geëvalueerd of een bepaald ICT-product, een bepaalde ICT-dienst of een bepaald ICT-proces voldoet aan de specifieke, in een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling vastgestelde beveiligingsvoorschriften;

12. „ICT-product”: een element of groep elementen van een netwerk- of informatiesysteem;

13. „ICT-dienst”: een dienst die volledig of hoofdzakelijk bestaat in de verzending, opslag, opvraging of verwerking van gegevens door middel van netwerk- en informatiesystemen;

14. „ICT-proces”: een reeks activiteiten die wordt uitgevoerd om een ICTproduct of ICTdienst te ontwerpen, ontwikkelen, leveren of onderhouden;

15. „accreditatie”: accreditatie als gedefinieerd in artikel 2, punt 10, van Verordening (EG) nr. 765/2008;

16. „nationale accreditatie-instantie”: een nationale accreditatie-instantie als gedefinieerd in artikel 2, punt 11, van Verordening (EG) nr. 765/2008;

17. „conformiteitsbeoordeling”: een conformiteitsbeoordeling als gedefinieerd in artikel 2, punt 12, van Verordening (EG) nr. 765/2008;

18. „conformiteitsbeoordelingsinstantie”: een conformiteitsbeoordelingsinstantie als gedefinieerd in artikel 2, punt 13, van Verordening (EG) nr. 765/2008;

19. „norm”: een norm als gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Verordening (EU) nr. 1025/2012;

20. „technische specificatie”: een document waarin de technische vereisten of conformiteitsbeoordelingsprocedures zijn voorgeschreven waaraan een ICT-product, een ICT-dienst of een ICT-proces moet voldoen;

21. „zekerheidsniveau”: een basis voor vertrouwen dat een ICT-product, -dienst of -proces aan de beveiligingsvoorschriften van een specifieke Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling voldoet, die aangeeft op welk niveau het betrokken ICT-product, de betrokken ICT-dienst of het betrokken ICT-proces is geëvalueerd maar als zodanig geen maatstaf is voor de beveiliging van het betrokken ICT-product, de betrokken ICT-dienst of het betrokken ICT-proces;

22. „conformiteitszelfbeoordeling”: een maatregel die wordt uitgevoerd door een fabrikant of aanbieder van ICT-producten, -diensten of -processen die evalueert of de ICT-producten, -diensten of -processen voldoen aan de in een specifieke Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling opgenomen voorschriften.

Scroll naar boven